Lang leve juf Ann en haar werkplaats


Getuigenis geschreven door een bezoeker...
De sfeer is ontspannen. Wij lopen met een aantal kinderen de werkplaats van Bekeschool in. Wij, dat zijn drie collega’s van Scoala Babel uit Timisoara Roëmenie, en ik, ervaringsgericht procesbegeleider, en nu zo’n beetje reisgids, uit Nederland. 
De werkplaats is de plek waar juf Ann wekelijks werkt met kinderen van leerjaar 1 tot en met leerjaar 6. Ikweet even niet waar ik moet kijken, er is zoveel te zien! Ann nodigt ons uit om op het fluweelrozebankstel plaats te nemen en begint te vertellen. 
Omdat de school waarde hecht aan zelfsturing, zelfmanagement en ondernemingszin, komen alle kinderen van de school hier werken. Aanvankelijk kwam ieder leerjaar een uur per week om te werken aan eigenprojecten, maar dat bleek jammer voor de betrokkenheid. Dus werd de tijd anders verdeeld en nu komen kinderen wat minder vaak, maar dan wel 2 aaneengesloten uren werken.
Ann pakt een groot karton en vraagt ons of we de zelfinstructiemethode van Meichenbaumkennen. Ik ken deze vooral als de beertjes-methode. Ann werkt niet met beren, maar wel metde stappen. In deze ruimte werken alle kinderen van de school in verschillende frequenties aan hun eigen project. Dat kan van alles zijn. Op een flap houden kinderen hun uitgewerkte thema’s bij en is makkelijk te zien of kinderen eenzijdig danwel veelzijdig kiezen. Dat tweede wordt gepromoot. Op het grote karton staan de stappen. Van leerjaar 1 tot en met leerjaar 6 leren kinderen dus diezelfde stappen aan om effectief hun taak- of werkaanpak te verbeteren. Ann vertelt hoe veel kinderen meteen aan de slag willen, zonder eerst goed te overdenken wat ze precies willen en welke stappen ze gaan zetten. Ze leert kinderen hun handelingen bewust te sturen, helpt hun met het ordenen van hun denkprocessen en voorkomt impulsief trial-and-error gedrag. Op de kast liggen 3 stappenplannen, van eenvoudig tot meer complex, zodat kinderen kunnen groeien in de loop der jaren. In de kast staan witte dozen met daarop dezelfde stappen. In de dozen zitten kaartjes en foto’s met ideeën die kinderen verder kunnen helpen.
In diezelfde kast staan ook een aantal prentenboeken. Die boeken zijn heel bewust gekozen, de kaften zijn ook terug te vinden op het whiteboard. Ieder boek vertelt een herkenbaar verhaal, bijvoorbeeld van iemand die chaotisch en ongestructureerd is en druk in het hoofd, of iemand die bang is fouten te maken. Of het prachtige boek ‘De Stip’ over iemand die denkt dat hij het niet kan. De verhalen helpen ons, vertelt Ann. Ze reizen 6 jaar met de kinderen mee en helpen kinderen bij het zich begrepen voelen en zichzelf begrijpen, maar ook om tekunnen duiden waar ze mee zitten. Het werkt erg goed.
Ondertussen vragen enkele kinderen haar aandacht. Het zijn korte vragen, die moeiteloos beantwoord worden door Ann. Soms met een tip, soms een vraag, soms een suggestie en soms een praktische handeling. Eén van de kinderen heeft een knuffel gemaakt op een naaimachine, ze is klaar. ‘Wil je onze gasten in het Engels vertellen hoe jouw proces was?’ vraagt Ann. Het meisje blikt of bloost niet en begint vlot te vertellen. Ze pakt haar aanvankelijke plannen erbij, laat zien welke stappen ze gezet heeft, vertelt dat ze in de leerkuil kwam en haar plannen moest aanpassen en laat zien hoe ze patronen heeft getekend en uiteindelijk de poes heeft genaaid. Op de buik van de poes ligt een kussentje met daarop een schilderij van Mondriaan. ‘Ik wilde er ook een kunstwerk in hebben’, vertelt ze. Ze lacht vriendelijk en staat ontspannen voor ons.
Op de grond is ook een ander meisje bezig met een naaiwerk. Ze probeert de panden van een glitterjurk van rekstof goed op elkaar af te stemmen. Er is ook een jongen bezig met een schilderwerk. Hij wil ook graag vertellen over wat hij aan het doen is. Het wordt een bord waarmee hij komende week iets aan ouders wil gaan uitleggen over biodiversiteit. ‘Kijk, ik wilde een bepaald type letters, dus ik heb zout en verf gemengd en nu ben ik heel tevreden over het resultaat.'
De kinderen werken door én praten met ons over hun projecten. Alles wat Ann ons uitlegt, wordt zichtbaar in de processen die we bij deze kinderen zien. ‘Het is heel fijn werken hier in deze werkplaats en eigenlijk heb ik maar drie regels: zorg dat je zelf fijn kunt werken, zorg goed voor anderen, heb er ook oog voor als mensen om je heen vastlopen. En ten derde: zorg goed voor de omgeving en materialen.'
In de ruimte staan werktafels, een bankstel en sofa’s, heel veel kasten met materialen om te maken en creëren. Er is een buitenruimte die ook als werkplaats dient, waar het meer grove werk gedaan kan worden zoals timmeren, zagen en grote dingen maken.
De projecten komen voort uit de nieuwsgierigheid en interesses van kinderen. Ze kiezen telkens een onderwerp waar ze graag meer over willen weten en maken dan hun plan. Het is heel kennisrijk, verdiepend en verrijkend. 
Natuurlijk raken we in onze gesprekken ook nog de plannen van het Vlaamse ministerie aan. Ann reageert vurig. ‘Ik zou willen dat ze hier persoonlijk op bezoek kwam, onze minister, om te zien hoe diepgaand en waardevol deze processen zijn. En hoe ongelooflijk veel onze kinderen leren. Dít is wat ze nodig hebben, dit is waar zevan groeien!’I couldn’t agree more!
Dank, Ann, voor het fantastische bezoek!! Je bracht vuur en inspiratie!
Wilma21 juni 2026